De mogelijkheden van de digitale revolutie voor de Nederlandse Politie
In het eerste deel (Een ICT strategie voor de Nationale Politie heeft ver-beelding nodig) heb ik betoogd dat we om anders te kijken naar ICT, ook andere ICT strategieën kunnen voorstellen. Ik zal het nu hebben over drie metaforen: van een huis, van een kennismachine en tenslotte van een weefgetouw.
Daarna wil ik een discussie openen over de implicaties.
De metafoor van een ‘huis’
Soms wordt een informatiehuishouding voorgesteld als een echt ‘huis’, met kamers (functies) en een dak (rapportage). Dat is een weergave die de werkelijkheid van de gebruiker meer benadert en een vruchtbare dialoog over de toekomst mogelijk gaat maken. De ene kamer bevat het loket van de intake; de volgend bevat de noodhulp; en zo voort. Gangen en deuren, de voorzieningen als electra en loodgieterswerk (die ik overigens nooit zie in de plaatjes) geven de samenhang van functies en mogelijk van ketens van werkprocessen aan, alsmede de infrastructuur. Het ‘huis’ als metafoor is potentieel herkenbaar.
In een gebouw zijn er aspecten als toegankelijkheid maar op veiligheid, functionele werkruimten etc. In de ICT is dat niet anders; secundaire aspecten zijn de OPAFIT(organisatie, personeel, administratie, financieel, informatie, technologie etc.) inrichtingsfactoren en bedrijfsmiddelen.
Het ‘huis’ vind ik eigenlijk een afgezaagd als beeld voor ICT. Het beeld is wat oubollig en het neigt naar starheid (beton). En de inhoud van sommige kamers is dan vaak weer verwant aan de technische ICT componenten en applicaties zoals een data-archief – alsof dat in hetzelfde plaatje van belang is. Laat ik nou even herhalen, dat het beeld dat we hanteren bepaalt wat voor vrijheid van denken we hebben. De verbeelding is dan letterlijk de vrijheid van het omgaan met de toekomst. Een goede verbeelding van de doelsituatie stimuleert de creativiteit en kan zorgen voor innovaties in de inrichting.
Laten we daarom eens op zoek gaan naar alternatieve metaforen en visualisaties van ICT, ver-beeldingen die ons denken losmaken op een schaal die relevant is voor de Nationale Politie, en zo een opstapje kunnen worden voor een alternatieve ICT strategie.
De metafoor van een ‘kennismachine’
Zou ‘kennismachine’ niet een goed beeld zijn? Het aardige van het kernwoord ‘kennis’ is dat het politiewerk voortdurend neerkomt op het maken, interpreteren van informatie, het benoemen van contexten, het extraheren van feiten, het aangeven van de plausibiliteit, het kaderen en trechteren van de informatie voor handhaving, toezicht en opsporing.
We spreken over het hebben van één informatiepositie en over de noodzaak deze kennis in alle delen van de organisatie beschikbaar te hebben; over het context-gedreven kunnen werken van de voorkant (intake, desk) tot de achterkant van operatiën (real-time sturing, beeldmateriaal, informatiesturing, voor je het weet heb je een real time crime center). We willen grote hoeveelheden ongestructureerde data met zo min mogelijk interpretatiefouten beschikbaar stellen. De kennismachine visualiseert de informatie in operationele dashboards, kan verbanden zien en weergeven voor de geoefende gebruiker. Het vult het geoefende oog dus aan met WEB 2.0 (3.0?) mogelijkheden. De machine voorkomt fouten en toevallige interpretaties die het idyllische beeld van juistheid zou verstoren.
Het beeld van een kennismachine bevat ook het element ‘machine’. Radertjes, tandwielen, vaste patronen. Star, en digitalisering is ook zwart/wit. Maar natuurlijk willen we eenduidigheid van procesinformatie, opdat de procesketen geen interpretatieketen wordt. Anderzijds klagen we al als we in een te vroeg stadium in een dossier alle juridische elementen van het OM moeten dichttimmeren. Toch bevalt het idee van een machine me wel, het geeft goed aan dat we een samenstel van procedures en richtlijnen hebben, behandelpaden, stappenplannen, verificaties, overdrachtsmomenten, bevriezing van dossiers en zo maar door. Eenvormigheid, per behandeltraject: dat willen we juist. Dat staat los van een context-gedreven uitvoering aan de buitenkant: binnen moet er juist een standaardisatie van processen zijn. In die zin is starheid (die eigen is aan ICT) goed. Maar er moeten escapes zijn, andere bevindingen, afwijkende stappen en middelen kunnen worden ingezet uit een ander arsenaal dan normaal. Flexibilisering is op sommige plaatsen noodzakelijk.
De ‘kennismachine’ is als beeld ook goed bruikbaar wanneer we het hebben over sturing en verantwoording. De Nationale Politie beoogt de sturing voor de taakstelling [veel meer] uit Den Haag te laten komen – Haagse ambtenaren stellen kaders op; logisch is dat een politieke zichtbaarheid dan ook politieke verantwoording in zich draagt. De verantwoordelijke politicus moet dus à la minute beschikken over relevante rapportages. Die juist zijn - en in de tijd consistent (anders geef je foute informatie aan de Kamer).
Er dient dus een koppeling te zijn tussen de elementen van sturing en de uitvoering in de basisteams en specialistische eenheden: wat is het effect van beleid geweest? Effectiviteit hangt weer samen met kosten: wat is de efficiëntie van het beleid, wat is de werkelijke kostprijs, ook gelet op inzet van alle middelen van de netwerkpartners?
Verantwoording is ook accountability, voor het beleid en de kosten. Waar ieder korps nu eigen dashboards hanteerde, dient er een gemeenschappelijk raamwerk te zijn waarin de kennis van wat er daadwerkelijk is gepresenteerd uniform gepresenteerd wordt. Dat is het sluitstuk van beleidscontrole. Statistiek van en over de uitvoering moet transparant beschikbaar zijn. De ‘rapportagemachine’ is daarom nodig. Maar niet alleen voor de top.
De korpsleiding moet op het uitvoerende niveau beschikken over informatie over de realisatie van doelen – en dezelfde kennispositie hebben zoals die gerapporteerd en geconsolideerd wordt naar de hogere echelons. De leiding moet zelf mogelijk details uitleggen. Hun eigen operationele reviews (en ik denk tevens aan COMPSTAT-achtige reviews) worden ook opgevrolijkt door samengevatte informatie van de praktijk waar teamleiders iets over hebben uit te leggen – en van kunnen leren. Hoe zijn de targets gehaald, moet er worden bijgestuurd of zijn er knelpunten in de middelen (wat leidt tot adaptieve of routine sturing). Door een koppeling van uitvoering met bestede middelen (mankracht, partners, andere middelen) is realisatie van het budget te beoordelen.
De machine stelt informatie, nee kennis beschikbaar. Niet zomaar wat data. Blindelings.
Kennismachine is ook een mooi model voor de informatiegestuurde politie (IGP), waarbij de diender en de rechercheur een context voor het handelen krijgt aangeboden, waarbij de intake inzage krijgt in achtergronden en geschiedenis van bij het verzoek om ondersteuning van de politie. Het is het verrijkingsraamwerk voor de frontoffice en de backoffice, het faciliteert een operationele ondersteuning met gegevens en actuele contextuele informatie (situational awareness). Kennis van zaken, op een uniforme manier ontsloten passend bij de taak en verantwoordelijkheid. Is dat niet de drive die velen met behulp van apps desnoods op eigen devices, naar eigen bevindingen en inzichten gepersonaliseerd – zie BYOD - proberen te realiseren? Daarmee is de professionaliteit te ondersteunen: de diender of een team kunnen zelf bepalen hoe informatie zinnig wordt geconsolideerd, of er een push (melden, als een RSS link, waarmee bijvoorbeeld een update in een zaak wordt gemeld) of pull (zoeken, achtergronden van een zaak krijgen) mechanisme is.
We zien dat de metafoor van een kennismachine goed hanteerbaar is om de hoofdlijnen en intenties van de Nationale Politie vorm te geven. Intenties én emoties.
Maar hoe ziet zo’n Kennismachine er dan uit?
Een echte tastbare kennismachine. Praten we dan al niet weer snel over een grote bak met data waar allemaal stekkers ingaan? Nee, laten we het eerst eens bekijken vanuit het gezichtspunt van organisaties die vergelijkbaar zijn met de National Politie, die qua omvang en verwevenheid een vergelijkbare complexiteit hanteren. Om een stapje verder te komen, haal ik er een ander beeld bij.
De metafoor van een ‘Weefgetouw’
De kern van het beeld ‘Weefgetouw’ is dat het verschillende patronen kan maken op een gestandaardiseerde manier, maar het kan ook worden gebruikt om een uniek patroon, een kunstwerk, te vervaardigen. Het weefgetouw kan worden gewijzigd om een nieuw patroon te maken met nieuwe vormen en kleurstellingen.
In onze metafoor is het weefsel dat wordt gemaakt het gestandaardiseerde patroon aan relaties tussen processtappen, activiteiten, met aanduiding van de besturing en het gebruik van informatie. Het geeft aan hoe vergaarde kennis wordt vastgelegd, wat de afhandeling van de activiteit is. Het weefsel moeten we zien met verschillende dimensies, die verschillende relaties aangeven. Zo wordt de hele bedrijfsvoering afgebeeld, op een gestandaardiseerde manier. Dan een stap van patroon naar werkelijkheid. Het weefgetouw maakt de omgeving waarin de mensen werken, het maakt de patronen van alle activiteiten van de operatie en koppelt die aan de relaties die nodig zijn voor de bedrijfsvoering.
Het beeld van een weefsel kunnen we goed gebruiken door het te specificeren in een strategische laag (taakstelling, beleidskaders en effectuering, begroting en uitnutting), een tactische laag (taakstelling aan organisatiedelen, effectiviteit van beleid, budgetten en voortgang), alsmede een operationele laag (de operationele kern met basisteams en clusters van expertise en specialisatie op diverse plekken in de organisatie). Elke laag heeft een eigen patroon. Dit model staat daarmee gemakkelijk een uitwerking van het besturingsparadigma van De Leeuw toe. Daarin worden op elk niveau de bevoegdheden expliciet gemaakt: wat zijn daarvoor de kaders - de doelsturing, wat de adaptieve sturing (veranderingen), de routinesturing (aanwending van middelen? En wat is het resultaat van de activiteiten, wordt het doel gerealiseerd? Wat zijn de gebruikte middelen en hoe staat het ervoor?
Het is nodig een voorbeeld te geven hoe zo’n weefgetouw er daadwerkelijk uitziet.
Voor een relevante vergelijking kunnen we een kijkje gaan nemen bij grote multinationals. Dat zijn grote, gediversifieerde organisaties, vaak met meer dan 50.000 personeelsleden, die een gevarieerd aanbod hebben van producten en diensten, aan verschillende klantgroepen, meestal in diverse landen. Dit soort grote organisaties worstelt al decennia met een vergelijkbaar vraagstuk als waar de top van de Nationale Politie voor staat - hoe kan ik leiding geven aan een organisatie en verantwoording afleggen over de uitvoering van beleid – aan bijvoorbeeld de aandeelhouders, de toezichthouder, het bestuur, of aan klanten. De top wil heldere bevelslijnen en sluitende rapportages. Command and control zijn ingeburgerde termen, evenals accountability en transparency. Juridische kaders vereisen het, zoals Sarbanes-Oxley, maar ook milieuwetten, belasting en douane afspraken etc etc. Ze weten, je hebt zomaar een proces aan je broek. Dus moet de informatiemachine feilloos werken, de verknoping moet dag en nacht beschikbaar zijn om allerlei informatieposities op afvraag te leveren. Eenduidig, uniform, consistent en transparant.
De marketing manager van een multinational (om maar een van de vele verantwoordelijken te noemen) wil een uniforme marktbenadering en daarom wil steeds helder beeld hebben hoe een product in de markt staat, hoe de klantbenadering is, wat de kosten zijn, wat het bereik is, wat de trends zijn, welke acties er lopen en welke gevoeligheden er liggen. Bij een productinnovatie moet veel worden geregeld. De visie strekt zich uit tot de productie, orderintake, de dispatch, de klantbenadering (contactcentrum), after-sales service, het credit management en zo voort. Maar evenzeer de achterkant wordt strak aangestuurd met nieuwe afspraken met leveranciers (contract en leveringsvoorwaarden, uniformiteit) – kortom er wordt gestuurd op het hele web aan relaties aan voor en achterkant van de organisatie. Het gaat om harde implementatie. Als er ergens een metafoor voor een WEB is, dan is dat wel in een multinational. Eigenlijk doet dat alles me sterk denken aan de Nationale Politie. Daarom is het beeld te hanteren van de Nationale Politie als een multinational, als een Large enterprise.
De vraag die dan rijst is wat het geheim is van een multinational – hoe ze de sturing effectueren. Hoe krijgen ze het in de praktijk klaar om op al die niveaus leiding te geven, budgetten af te spreken, taakstellingen te maken, en te rapporteren, de boekhouding sluitend te krijgen? Meer dan 95% van de multinationals zijn overgegaan op enterprise software. De kern hiervan is dat alle inrichtingsaspecten van de bedrijfsvoering zijn geïmplementeerd in/op een standaard business platform. Dit standaard platform koppelt alle lijntjes aan elkaar, de verbindingen zijn al aanwezig als een patroon. Daarom kun je dit platform heel goed voorstellen als het Weefgetouw.
Terugvertaald naar onze context: een standaard Politie Platform bevat alle geïntegreerde voorzieningen voor de Nationale Politie. Dat is meer, veel meer, dan een geïntegreerde Basisvoorziening Politie (BVP) als samenvoeging van de functionaliteit van BVH en BVO. De kern van het platformdenken is dat aan elk proces en elke activiteit een koppeling hangt naar de doelen, de gealloceerde middelen en de uitnutting van het budget, zodat rapportage altijd gerelateerd is aan de beleidskaders. Je weet dus steeds waaraan is gewerkt, waar het geld weglekt en wat de efficiency is van het proces. En je kan nagaan waar de effectiviteit prima is. En alle relaties zijn al in de kern aanwezig in het raamwerk van het enterprise platform.
Het denken in termen van een Enterprise Platform doorbreekt radicaal het denken in termen van een drie-lagen architectuur (data, applicaties en gebruiker). Het stelt de verwevenheid van alle stromen centraal (en om het nog maar eens te zeggen - niet de gegevens). Het enterprise platform is het weefgetouw dat allerlei patronen kan maken. De belangrijkste vernieuwing in het denken is
1) dat het echt niet meer om drie lagen gaat, dat verschuift als handvat naar achteren;
2) de cyclische gebruiksaspecten van de aansturing, uitvoering en controle met het gebruik alle organisatiemiddelen staan op de voorgrond,
3) er is een procesinrichting mogelijk waar flexibel alle variëteit in kan worden geweven.
Een weefsel, web of grid, dat is wat een Enterprise Platform produceert. Het platform is het Weefgetouw dat zo meerdere dimensies in elkaar verweeft tot een complex patroon. Een Nationaal Platform voor de Nationale Politie is dan ook een voorziening waar alle basisvoorzieningen voor de operatie in zijn opgenomen plus de bestuurlijke en bedrijfsvoeringsaspecten.
We hebben tot nu toe alternatieve goed hanteerbare beelden neergezet die ons kunnen helpen bij het kijken naar de ICT voorzieningen voor de Nationale Politie:
Deze metaforen ver-beelden interessante aspecten van een nieuwe ICT structuur voor de Nationale Politie. Natuurlijk zijn er meer metaforen en ver-beeldingen te bedenken. Maar deze drie passen bij mijn visie. Het is als het ware mijn stijl als architect.
Ik hou van een huis zoals dat van de architect Le Cobusier, die met het credo hanteerde ‘Form follows Function’ – je ziet aan de buitenkant van het gebouw waartoe het dient, je oriëntatie en de navigatie door het gebouw is gemakkelijk. Er zijn bij hem geen eenduidige glazen piramides en ook geen onnuttig barok versierde gebouwen meer. Andere architecten die ik bewonder zijn bijvoorbeeld Jean Prouvé vanwege de knapheid waarmee hij een constructie maakte; of Rem Koolhaas, zoals hij de gebruiksaard centraal stelt, de beleving en daarbij een uitdagende vorm kiest dat toch aan alle randvoorwaarden voldoet.
Ik hou ook van een kennismachine die mij op mijn wenken bedient. Het beeld inspireert me. In de eerste plaats denk ik aan kunstmatige intelligentie, het genereren van betekenis uit aanwezige teksten en de context om een antwoord te geven dat begrip toont. Een Kennismachine is ook situationeel en biedt voor elke gebruiksaard een andere relevante insteek. Vanzelfsprekend zal dat intelligente ‘geleerd’ moeten worden, de intelligentie komt niet uit het niets. Er zijn bijvoorbeeld diverse kennisraamwerken die waarde toevoegen op gearchiveerde data zoals een Proces Verbaal en aanwezige informatie van een casus. Google experimenteert met kunstmatige intelligentie om een netwerk aan samenhang te geven in een antwoord. Ik zie de Basisvoorziening Opsporing ook grotendeels als een kennismachine, die relaties vastlegt en expliciteert. Nu nog een uitbreiding erop die betekenis genereert, opties laat zien, plausibiliteiten onderbouwt, hypothesen voorstelt . . . Hoe ziet een dergelijk raamwerk eruit voor de Politie? Je wilt verrast worden met de kennis, maar ook wil je zekerheden en ‘actionable intelligence’ – conclusies waar je dus op kunt vertrouwen als je een actie gaat ondernemen, een interventie pleegt. Maar hoe kun je weten dat de vraag goed wordt beantwoord, dat de kennismachine als kennisautomaat een juist waardeoordeel heeft, impliciet de onuitgesproken context meeneemt?
Ik moet daarom opeens denken aan Tsjechische Rabbi Loew die de term Robot gebruikte om zijn Golem uit te leggen als ‘huishoudrobot’ - een automaat doet niet anders dan je hebt opgedragen, het interpreteert letterlijk je wens en gebed. Oei – en voor je het weet bevinden we ons in een discussie over de mogelijkheid te laveren tussen de klippen van rekkelijkheid en interpretatievrijheid van een vraag versus de preciesheid en eenduidigheid van een interpreet. Maar terug naar onze werkelijkheid. De professionaliteit van de diender staat voorop, de aangeboden informatie moet dus steeds door de eigen overwegingen worden gefilterd. Uiteindelijk, dat moet je beseffen, maak je zelf de beslissing tot een handeling en registratie. Dat verandert dus niet, we moeten zorgen niet lui te worden.
Ik hou ook van het beeld van een weefgetouw. Het is een praktisch beeld. Het beeld van een ICT gebaseerd op een weefgetouw biedt de mogelijkheid ons voor te stellen dat het noodzakelijk is een patroonboek te gebruiken. Het ‘patroon’ dat we krijgen in de stof is de werking van de organisatie, het geeft aan hoe de diverse processen verweven zullen gaan worden. Het resultaat . . . is de beoogde standaardisatie en de gewenste command and control logica. Transparantie dus. Ook voor de bedrijfsmiddelen als HRM, financiën, logistiek, partnermanagement etc. Het geeft greep op de gewenste netwerkstructuur omdat alle relaties vooraf worden ingewoven, er blijven geen losse eindjes. Proceslogica (afhandelingsschema van een gebeurtenis) zal normatief zijn waar nodig maar elders zal er flexibel worden ingericht door vrijheidsgraden in te bouwen. De kunst is operationeel de balans te vinden tussen starheid en bewegingsruimte. Anders wordt klagen over de ICT schering en inslag.
Door gebruik te maken van bestaande ‘patroonboeken’ die met andere politie organisaties zijn opgebouwd is een versnelling te krijgen in het maken van de patronen: je hoeft niet alles te ontwerpen, je kunt ook veel toetsen. Dit zijn precies de redenen waarom multinationals een enterprise platform verkiezen boven eigen brouwsels, waarom deze keuze vooropstaat boven het instandhouden van een legacy. Het onderzoek van een ICT strategie gebaseerd op een enterprise platform is daarom voor de National Politie meer dan aanbevolen.
Contending theories
Sluiten deze drie beelden elkaar nou uit? Nee, in het geheel niet. De drie metaforen van huis, kennismachine en weefgetouw zijn weergave mogelijkheden van de toekomst en meer of minder gemakkelijk in een plaatje weer te geven. Bij een huis benadruk je het samenleven, bij een kennisfabriek beschouw je vooral de harde en zachte gegevens en besluiten, bij een weefgetouw komt het accent op de samenhang te liggen. Eigenlijk zou je een weefgetouw moeten maken dat een kennismachine bouwt dat staat als een huis.
De echte tegenstelling is een beleid dat voortbouwt en consolideert, versus een vernieuwingsbeleid dat de toekomst maximaal gaat vormgeven, de bakens verzet, de CAPEX van ICT en vernieuwingen verlaagt en onderhoudskosten minimaliseert. Besparingen structureel zou op 30-50% moeten kunnen. Je moet natuurlijk een uitdaging durven neer te zetten . . . Innovaties lukken alleen door een doorbraak in het denken, op alle niveaus van de organisatie.
De volgende vraag is in detail te gaan kijken naar een implementatie van de visie van een Nationaal Platform voor de Nationale Politie. Een Nationaal Platform voor de Nationale Politie is een voorziening waar alle basisvoorzieningen voor de operatie in zijn opgenomen plus de bestuurlijke en bedrijfsvoeringsaspecten.
Welke opties zijn er?
Maar ook rijst de vraag of de bestaande ‘patronen’ van systemen niet meegenomen kunnen worden? Hoe kunnen we best practices meenemen en overzetten opdat een dergelijke ICT strategie behapbaar blijft?
Albert Kuiper
Tags:
Permalink Antwoord van Marc de Lignie op 15 Juni 2012 op 10.13 Albert,
Dank voor je inspirerende beelden. Ik kreeg zelf het gevoel dat er ook iets met de keuken mogelijk moet zijn: gerei, fornuis, recepten, kookstijlen, ingrediënten, leiderschap, creativiteit, aanbranden, voedselvergiftiging, gangen, amuses, wijn, enz. Om het meer macho te laten klinken, noemen we het dan wel de "professionele keuken".
Marc
Permalink Antwoord van albert kuiper op 15 Juni 2012 op 11.40 Hi Marc,
:-)
Natuurlijk, "what's cooking" is immers ook een vraag naar wat er speelt, wat voor ontwikkelingen zijn er. En ik weet dat er veel voorgekookt wordt . . . en voorgeproefd, natuurlijk.
Het is ook een hels karwei om een kaart te maken die aan alle smaken en alle dieetbehoeften voldoet zeker als je (maar) een standaard repertoire aan ingrediënten hebt. Dat is niet iets alleen in de keuken, daar heb je witte en zwarte brigades bij nodig.
albert
Permalink Antwoord van Philip van den Heuvel op 15 Juni 2012 op 16.37 Het interessante van zo'n kennismachine is dat hij veel machtiger wordt dan de individuele medewerker die ermee ( "erin") werkt. De machine heeft meer info, kan meer initiatieven starten en kan sneller denken.
Toch is de machine onpersoonlijk. Je kunt je zelfs afvragen of er wel echt sprake van "kennis" is als er geen kennend subject is. En in ieder geval is er geen besef van goed en kwaad in de machine. Het is een oneindige set business-rules in motion.
Het is waar dat dit in grote mulitnationals al normaal is. Het is trouwens ook waar dat dit soort grote multinationals slachtoffers maken waar niemand zich meer verantwoordelijk voor acht (omdat ieder alleen een stukje van de generieke business-intelligentie uitvoert).
Ergens heb ik het gevoel dat we ons dit als mensen niet moeten aan doen, dat dit niet goed kan gaan. Dat ik in zo'n organisatie het zicht op de werkelijkheid verlies, dat ik mijn vrijheid van denken verlies en dat ik mijn waarde als mens verlies.
Toch houd ik wel van ingewikkelde patronen en de schoonheid van machines. Ik ben ook één van die mensen die "patroonboeken" maakt. Maar deze metaforen durf ik (nog?) niet echt te geloven. Het klinkt mooi, maar wie bewijst me dat het geen "Waterval" van Escher is?
Permalink Antwoord van albert kuiper op 16 Juni 2012 op 9.55 Philip,
Inderdaad moet een kennismachine als beeld oproepen dat er een overkoepelende Intelligence bestaat (ha ha in filosofische termen eigenlijk) - en
ik deel je angst, we kunnen ons niet veroorloven een machine in control te zetten, er is altijd een mens die verantwoordelijk is.
De machine geeft bijvoorbeeld 'clues' - tips en hints, waaraan te denken; of geeft 'cues' als een suggestie voor handelen. Dat moet meer zijn dan een verzameling business rules, die in feite vaak de vorm hebben van if-then.. else. Dat past vaak perfect bij een Belastingdienst - maar ook daar zijn Inspecteurs verantwoordelijk.
Mijn angst is dat een geprogrammeerde set juridisch verwijtbaar gedrag oplevert. Een gemeente had een rules engine ingezet om aanvragen Sociale Dienst te beoordelen, maar door een ingeslepen foutje werden veel mensen afgewezen - toen dat eenmaal bekend was was het hek van de dam. Veel processen.
Voor mij is de kennis dan ook eerder het faciliteren van de diender en geen closing the case proces, behalve procedureel. En later in het proces, op een meta niveau als het ware, komen rules ook goed van pas om de voortgang en volledigheid te bewaken. Maar daar denk ik bij een kennismachine niet als eerste aan.
Het is ook een culturele zaak. Bij een aangifte moet je een PV opstellen, bijvoorbeeld. Om je werk vlot te doen is het niet voor te stellen dat er een 'smart agent' is die een tip doet, zoals het pakket Epiphany een sales de suggestie doet om een add-on sales voor te stellen: deze klant is waarschijnlijk ook wel geïnteresseerd in dit of dat. . Toch is een relatie FO/BO te bedenken waar zinnige cues uit komen voor de diender. Neem nou als simpel voorbeeld het lijstje veelplegers, MO's van een groep. En breidt dat dan een of twee kringetjes uit tot een netwerkje. Juridisch natuurlijk een niemendalletje, maar je weet natuurlijk nooit .. We willen immers ook dat aan die periferie intelligence feeds ontstaan. Dan moeten we het proces ook een beetje opener maken.
We hebben nu een proces (voorbeeld handhaving) waar de routine leidend is, de mens lijdend. Ik herinner me dat in een Amerikaanse stad decennia geleden een intelligentietest bepaalde of je al dan niet bepaald straatwerk mocht doen - al te slim was gebleken ineffectief, adagium niet te veel denken. Laten we inderdaad volhouden dat de mens leidend is, het oordeelsvermogen van de gezworenen (een Engelse term, ik bedoel de professionaliteit van de diender) centraal staat.
Een transformatie naar een kennis-(be)geleide dienst is dan ook geen sinecure.
Leuk.
albert
Permalink Antwoord van Willem Karel van Es op 19 Juni 2012 op 22.20 Albert, ik kan me geheel in je visie herkennen. De gehele organisatie - om alle regio's maar vast als één te zien - worstelen met de 'intelligence' van de politie. De 'strikte' scheiding van BVH en BVO kan ik bijvoorbeeld vanuit mijn intel ervaring bijvoorbeeld geheel niet begrijpen. Alsof opsporing los staat van incidenten?
Ik heb met PersonalBrain Pro getracht het concept criminaliteit te schematiseren. Met de dwarsverbanden erbij. Dan kom ten alle tijden met handhavingsfenomenen en opsporingsfenomen waartussen ook nog eens integriteitszaakjes dwarrelen. Ik weet niet of toevallig personalbrain gebruikt. Het is een mooie intelligence tool en ik kan je eventueel mijn criminele interdependentie schema toesturen (in Personalbrain).In de schema's staan causale verbindingen tussen wat in de afhandeling vaak als 'losse' incidenten (fenomenen) worden gezien. Misschien iets in het verlengde van het 'weefgetouw'?.
Achter elk punt-fenomeen-incident kan een geheel dossier worden gebouwd met alle dwarsverbanden die er zijn (geconstateerd). Hiermee bouw je op dat weefgetouw dat 'kleed' wat samenleving heet. Een belangrijk voordeel van deze wijze is dat je het ook leert begrijpen omdat het een interactief schema is dat van jouw leert en gelijkertijd je doceert. Plaatjes zeggen op dit punt niet veel dan moet je het schema 'levend' zien.
Personalbrain heeft net als Adobe Acrobat reader een gratis versie.
Permalink Antwoord van albert kuiper op 21 Juni 2012 op 12.57 Hi Karel,
het klopt dat het domein van opsporing en intelligence in het geheel niet los kan staan van handhaving en incidentregistratie/'klantcontact'. Niet in de actualiteit en niet in de tijd gezien. Het komt vaak voor dat een zaak 'van loket' moet wisselen', dus moét je ook een vloeiende overgang hebben, dat is onderdeel van het uitwisselen van de kennis over een zaak tussen afdelingen.
De kunst is inderdaad uit de wirwar van losse incidenten patronen en clusters te zien die de effectiviteit bevorderen van het optreden. Je moet je model van de wereld dus voeden, uitwisselen en later verrijken. Denken in termen van kennis over en kennis van vergt een andere instelling, die veel explicitering vereist als je in een team gaat werken. Visualisatie is daarbij belangrijk.
En natuurlijk een case waaraan wordt gewerkt: je bouwt een structuur van logica op van denken, van motivaties en activiteiten. Ook de kennis hierover wil je delen. Bij dat alles is het werken in een case persoonlijk, veel van de documentatie van gedachten is geen dossier-kennis (in termen van het OM).
TheBrain is een mooie manier om kennis te expliciteren in de verschillende stadia van uitvoering, neem bijvoorbeeld een beleid gericht op een bepaalde dadergroep. Enerzijds de beleidsankers visualiseren, de aanpak in de diversiteit met plussen en minnen bespreken (zoals jouw vb met Hofstede als kapstok wat kan bij hangplekaanpak) en overdragen. Daarna kun je op een dergelijke wijze ook weer de evaluatie van het beleid visualiseren.
De worsteling met intel lijkt momenteel ook een structuurdiscussie te zijn in hiërarchische zin, terwijl als ik vanuit mijn 'modellen' kijk is het ook gewoon een job on the workfloor. Bezien vanuit kennis (delen) en gezien vanuit de verwevenheid zou de taak gewoner kunnen zijn. Maar de informatie en patronen van handelen zijn wel anders.
eens dus, albert
Permalink Antwoord van Ronald Wopereis op 15 Juli 2012 op 11.21 hi Albert,
als beeld-denker heb ik moeite met grote lappen tekst,
ik raak al snel de weg kwijt.
dus neem het mij ajb niet kwalijk als ik reageer en het stond al in jouw tekst.
welnu, met het beeld "kennismachine" zijn twee gedachten geassocieerd (in mijn beeld-denk-hoofd :-))
namelijk:
1. ik heb onlangs een sudoku programma gemaakt in prolog. het ding kent in totaal 5 regels, en daarmee kan ie alle sudoku's oplossen. dus niet door trial and error (brute force) maar deze 5 regels pas ik zelf toe bij het oplossen van sudoku's.
nu doet zich het bijzondere voor, dat een computer heel nauwkeurig is, en ik - beelddenker - juist niet.
dus het programma geeft mij een aanwijzing als ik vastzit, en dan zie ik die aanwijzing, en denk "oh ja, natuurlijk!"
conclusie: een kennismachine "hoeft" niet slimmer te zijn dan zijn creator ... maar is misschien wel nauwkeuriger.
2. in de jaren tachtig heeft Peter van Lith veel geexperimenteerd met Lisp en het vakgebied Kunstmatige Intelligentie verder ontwikkeld. op Teleac was destijds een serie te zien, met mooie voorbeelden van wat wel en niet haalbaar is met een computer.
onder andere was daar een man die langs een dam liep, en dan kon zeggen: dit scheurtje stelt niks voor, en dat scheurtje ja da's ernstig als we niks doen dan breekt de dam na verloop van tijd. een programmeur liep twee jaar lang mee met deze man om zijn kennis expliciet te maken en in een programma te stoppen. na twee jaar moest de programmeur toegeven: het lukt niet.
in een andere uitzending ging het over een oliemaatschappij, die circa 5 experts in dienst hadden die hadden een neus voor waar wel en niet olie zou kunnen zitten. het computerprogramma had daar een ander doel namelijk alleen de kansrijke gebieden aan te bieden aan deze 5 experts, die de hele wereld rondvlogen en natuurlijk razend druk waren. dus door de doelstelling van het K.I. programma te verbinden aan het efficiënter kunnen werken van de domein experts, was er juist ondersteuning van de menselijke expert.
Albert, ik hoop dat deze twee gedachten jou inspireren?
hartelijke groeten, Ronald Wopereis
Permalink Antwoord van albert kuiper op 19 Juli 2012 op 13.55 Ronald,
Waar ik het heb over het afleggen van verantwoording over het uitgevoerde beleid, dan hebben we het over een andere dan de kunstmatige intelligentie, dan hebben we het over slim rapporteren, wel zeer terzake deskundig. Ook daar kunnen regels hoe te consolideren en groeperen (in regelsystemen vervat) een rol spelen.
albert
Welkom bij
Politie 2.0
Oktober 10 2013 vanaf 11.45 to 18.30 – Kasteel De Vanenburg
Oktober 10 2013 vanaf 11.45 to 19.30 – Kasteel De Vanenburg