Politie 2.0

De mogelijkheden van de digitale revolutie voor de Nederlandse Politie

Beelden vertellen iets. Beelden kunnen mensen iets laten zien. Als je beelden ziet kun je een oordeel vormen. Als je beelden ziet, zonder geluid of zonder de achtergrond te kennen, zul je altijd het beeld zelf inkleuren. Maar is het dan ook zoals het is gegaan? Klopt je beeldvorming? Of moet je de feiten en omstandigheden kennen om de beelden die je ziet compleet te maken?

Jaren geleden werd ik, in een nachtdienst, samen met mijn collega naar een melding van een mishandeling gestuurd in een van de winkelstraten in het district waar ik toen werkte. Het was nacht, dus donker. Alleen wat schaarse straatverlichting. Er zou een jonge vrouw op straat zijn geslagen door een man. Bij aankomst troffen wij een vrouw aan en naast haar stond een dronken man hard te schreeuwen. Hij was druk met zijn armen aan het zwaaien en kwam daardoor erg agressief over. Nu waren we daar niet echt van onder de indruk, want dat maakten we bijna dagelijks mee. Het gedrag dat de man vertoonde was normaal. Althans wij vonden dat normaal!
Uit de gesprekken met de vrouw bleek dat zij de vriendin van de man was en dat hij haar zonder enige aanleiding vol in het gezicht had geslagen. De vrouw wilde van deze mishandeling aangifte doen.

We probeerden de man wat te kalmeren en met hem in gesprek te gaan. Steeds meer mensen om ons heen begonnen zich met de situatie te bemoeien. Iedereen had een mening. Iedereen wist het beter. Door de collega’s, die inmiddels ook waren gearriveerd, werd het toegesnelde publiek, dat alles beter wist, op een afstand gehouden.

De man was zo dronken dat hij soms stond te wankelen op zijn benen. Af en toe moesten we hem vasthouden om te voorkomen dat hij zou vallen. Het enige wat ik vanuit het publiek hoorde was: “Raak hem niet aan!” Ik had verder geen aandacht voor het publiek. Mijn aandacht was meer bij de man. Op een gegeven moment raakte man uit balans en kwam ten val. Ik trachtte de man nog te begeleiden in zijn val, dit om te voorkomen dat hij letsel zou oplopen. Vanuit uit publiek was het commentaar niet van de lucht! Iedereen had een oordeel en het publiek wilde zich er steeds meer mee gaan bemoeien. Ik pakte de man bij zijn arm en hielp hem overeind. Inmiddels was hem medegedeeld dat hij was aangehouden. Hierna begon de man zich steeds meer te verzetten. Samen met een andere collega zetten we de man tegen de zijkant van de politieauto. Onze bedoeling was om de man te boeien. Op het moment dat de man bij de politieauto stond trapte hij achteruit en raakte mij vol op mijn scheenbeen (wat een flinke blauwe plek opleverde). Uit reactie gaf ik de man een knietje in zijn knieholte, waardoor hij door zijn knieën zakte. Deze actie leverde weer een hoop gejoel en gescheld vanuit het publiek op. Met moeite kregen we de man in de politiebus en trachtte mijn collega en ik de man op een van de stoelen te plaatsen. Op het moment dat de man zat probeerde hij mij nog even een kopstoot te geven. Door wat opzij te duiken kon ik deze ontwijken. Ook dit leverde weer een hoop geschreeuw op en een hoop agressief gedrag. Nadat de man in de politiebus zat, hebben we hem snel afgevoerd naar het bureau.

Nog voor wij alles hadden afgehandeld op het bureau mocht ik bij mijn chef komen. Er was een klacht tegen mij ingediend en er waren beelden van mijn optreden op straat. En volgens de maker van de beelden logen ze er niet om! Uiteraard vroeg ik mij af wat er op de beelden stond? Wat was er te zien? Wat had ik gedaan wat er niet om loog? Ik wist het niet! Volgens mij had ik niets verkeerds gedaan. Volgens mij had ik gehandeld zoals was voorgeschreven en ik had alle regels die golden nageleefd.
Volgens de aantijgingen zou ik buitensporig geweld hebben gebruikt. Ik zou mij onprofessioneel hebben gedragen en ik werd beschuldigd van machtsmisbruik.

Ik zou de man hebben geduwd, waardoor hij was gevallen. Ik zou de man zo maar een knietje hebben gegeven tegen zijn been, waar door hij was gevallen bij de politiebus. En ik zou de man een kopstoot hebben gegeven.

Ik vroeg of ik de beelden mocht zien? Volgens mijn chef kon dat nog even niet, omdat men de beelden eerst zelf wilde bekijken. Ik kan je vertellen dat dit geen fijn gevoel geeft. Je gaat bijna twijfelen aan jezelf. Je gaat twijfelen aan je optreden. Gelukkig had ik een chef die achter mij stond. Die mij steunde! In de straat waar we de aanhouding hadden gedaan hingen ook camera’s van cameratoezicht. Ook deze camera’s hadden de aanhouding vastgelegd, maar dan vanuit een andere hoek. Ook deze beelden mocht ik in eerste instantie niet zien. Men wilde alle beelden eerst zelf bekijken. Begrijpelijk, maar toch….

Na de dienst ben ik naar huis gegaan en ik kan je zeggen dat ik me een paar dagen zeer onprettig heb gevoeld. Al piekerend zat ik thuis denkend wat heb ik gedaan of wat heb ik niet gedaan? Welke regels heb ik overtreden? Waar is het met mij mis gegaan? Waar heb ik teveel geweld gebruikt?

Nadat alle beelden waren bekeken kreeg ik de uitslag. En wat bleek! Ik had gehandeld volgens alle regels. Geen geweld, geen onprofessioneel gedrag en geen machtsmisbruik. Ik moet zeggen er ging een zucht van verlichting door mij heen.

Ik mocht de beelden zien. En ja wat zal ik zeggen. Het ligt eraan hoe je naar de beelden kijkt! Als je naar een deel van het incident kijkt zou je conclusies kunnen trekken dat er veel geweld werd gebruikt. Door naar de beelden vanuit een andere hoek te kijken kreeg je een andere kijk op het incident. Door naar de alle beelden te kijken en de feiten te kennen werd het verhaal compleet.

Achteraf was ik blij dat er camera’s aanwezig waren in het straatbeeld. Zij konden duidelijk onafhankelijk vastleggen wat er was gebeurd.

In de afgelopen weken heb ik, naar aanleiding van het zogenaamde “schopincident”, veel mensen zien en horen speculeren. Speculeren over een stukje film waar we de feiten en omstandigheden niet van kenden. Ik heb met verbazing gekeken hoe vanuit alle gelederen in Nederland een mening werd gegeven over een incident, waar we de feiten en omstandigheden nog niet van kenden.

Het incident is nog niet afgesloten of er verschijnt een ander incident in de media en opnieuw vindt iedereen het nodig om er ongefundeerd er iets over te roepen. Wat is dat toch? Kan iemand mij dat uitleggen??

Ik heb in de afgelopen jaren een ding geleerd. Oordeel niet over (politie)mensen of over incidenten als je niet alle feiten kent. Soms zijn dingen anders dan ze lijken. We hebben (politie)mensen al veroordeeld voor we alle feiten kennen!

www.reflectieinblauw.nl

 

Weergaven: 176

Reactie van Jacques Smeets op 2 Juli 2012 op 22.26

Arthur, aan het eind van je blog vraag je of iemand kan uitleggen  waarom iedereen het nodig vindt om ongefundeerd iets over politieoptreden te roepen.

 

Misschien kan ik je iets aanreiken, zonder dat ik een concreet antwoord op je vraag kan geven. Daarvoor is de materie in mijn beleving veel te complex.

Wij hebben elkaar al een paar keer ontmoet en met elkaar gesproken, dus we weten al iets van elkaar.

 

Je schrijft o.a. dat "iedereen" het nodig vindt om ongefundeerd iets te roepen. Welnu, met dat "iedereen" valt het wel mee. Het is vaak een onbekende enkeling die een filmpje plaatst op Internet (YouTube), in een enkel geval zal er rechtstreeks iets door een bekende journalist iets aan de kaak worden gesteld. Het merendeel van de reguliere (professionele) media put uit dezelfde bron waaruit b.v. ook politici of politiechefs en deskundigen uit putten, nl. Internet..

Niemand van de mensen die commentaar leveren, zijn daadwerkelijk bij het incident aanwezig geweest. Ook zij gaan af van beelden en vormen zich aan de hand daarvan een opinie. Als het daarbij bleef zou je kunnen zeggen, oke er wordt een mening gevormd en geuit, prima. Echter, er is in Nederland een groep mensen (de aantallen zijn nauwelijks precies aan te geven) die op een anonieme, ongefundeerde en vaak ongenuanceerde (op het hufterige af) reageren via diezelfde social media. Ze hebben geen notie van privacy wetgeving en beroepsgeheimen.
Het zijn de reacties die ertoe bijdragen dat de beeldvorming totaal uit zijn verband wordt gerukt, want iedere andere mening wordt mede gevormd door wat er al is gezegd of geschreven.

Ik heb diverse forums bekeken waarop reacties stonden n.a.v. het beruchte schopincident. Dan blijkt dat het steeds gaat om enkele tientallen tot hoogstens een paar honderd reacties. Het aantal inhoudelijk reacties is zeer beperkt, het merendeel bestaat uit geschreeuw en gescheld en dan vooral anoniem (nicknames).

Het vreemde is dat zelfs vooraanstaande politici, bestuurders en politiechefs hun beeldvorming bijstellen a.d.h.v. wat er in de media wordt gezegd, geschreven en getoond. Minister Spies noemde de rol van de (social) media in dit verband een "interessante". Daarbij is het gebleven. De hype rond het schopincident is voorbij, nieuwe incidenten dienen zich aan en we vervallen gewoon weer in herhaling.

 

Blijkbaar zijn we zó afhankelijk geworden van media, dat dit de ultieme bron is waaruit geput wordt om een eigen mening te vormen. Vreemd is ook dat vrijwel iedereen - na het uitspreken van de mening  - eraan toevoegde dat niet duidelijk was wat er aan de beelden vooraf ging.

Tegelijkertijd met dit fenomeen is er nog iets wat een belangrijke rol speelt. Ruud Gullit noemde dit in een van de uitzendingen van VI Oranje. Nederlanders laten zich niets meer zeggen, zodra er gezag wordt uitgeoefend treedt er verzet op.

Als oud-politieman heb ik de ontwikkelingen t.a.v. het gezag van dichtbij meegemaakt Arthur. Gedurende die ruim 42 jaar is de vrijheid van meningsuiting verworden tot een recht om alles te mogen zeggen wat je denkt zonder daarvoor verantwoording af te leggen. De communicatiemiddelen dragen ertoe bij dat de meningsuiting snel en gemakkelijk kan worden gedaan.
De politie heeft een ontwikkeling doorgemaakt waarin het niet anders kon dan dat het gezag zou inboeten. De reorganisatie in 1994, andere, diverse en veel meer taken die niet meer passen in art. 2 van de Politiewet (het in ondergeschiktheid aan het bevoegd gezag de openbare orde handhaven en hulp verlenen aan hen die deze behoeven).  De wijkagent moest je vriend en helper zijn en o wee als hij repressief optrad!. Het bekeuringsbeleid (door de politiek gemaakt) leidde ertoe dat er steeds meer irritatie optreedt bij de overtreders (steeds hogeren boetes) terwijl de moordende bureaucratie de burger steeds verder weg joeg van de politie en de aangiftebereidheid afnam. Het aangiftebeleid binnen de organisatie deugde ook lange tijd niet en daardoor raakten mensen geïrriteerd..

 

Er zullen zeker nog meer zaken te noemen zijn Arthur, maar zoals gezegd, het is uitermate complex.

Zeker als je bedenkt dat assertiviteit van burgers uitgroeide tot hufterigheid. En omdat de politie niet meer is dan een afspiegeling van de samenleving, komt er ook hufterigheid voor bij individuele politiemensen. Plaats bij dit alles de opkomst van de I-phones enz. dan kom je vanzelf terecht in de huidige tijdsgeest. Het wordt tijd dat de politie haar eigen positie t.o.v. de samenleving gaat herschikken. Als dit niet gebeurt zal er alleen maar een toename zijn van agressie tegen hulpverleners, hufterigheid in de samenleving en de politici blijven hun opportunisme halen uit datgene wat ze voorgeschoteld krijgen.

Ik hoop van harte dat velen onder ons zich bewust gaan worden van deze ontwikkeling. Volgens mij is dat de enige concrete mogelijkheid om daadwerkelijke veranderingen door te voeren. Alle andere initiatieven zijn slechts hulpmiddelen.

Jacques

www.deblauwediender.nl

Opmerking

Je moet lid zijn van Politie 2.0 om reacties te kunnen toevoegen!

Wordt lid van Politie 2.0

Wij, de overheid

ConnectedCops.net

Ambtenaar 2.0

Politie op Twitter

© 2013   Aangemaakt door Politie 2.0   Verzorgd door

Banners  |  Een probleem rapporteren?  |  Algemene voorwaarden